Grote geschiedenis van werk

 In Werkvuur

GROTE GESCHIEDENIS VAN WERK

In ons boek Werkvuur beschrijven we dat modern werken voor veel mensen op een teleurstelling is uitgelopen. En om het heden (en de toekomst) beter te begrijpen was het zaak om te onderzoeken waar we vandaan komen. Hoe denken mensen over werk, door de eeuwen heen?

Tijdens lezingen en workshops vinden de meeste mensen dit verhelderend. Daarom delen we onderstaand fragment uit het boek ook online met je. Wil je verder lezen, schaf dan het boek aan of kijk onderaan voor andere leestips.

De grote geschiedenis van werk - uit het boek Werkvuur

VAN ARISTOTELES TOT TIM FERRIS

Hoe vanzelfsprekend het verlangen naar werkvuur tegenwoordig ook lijkt, in het verleden was dit geenszins vanzelfsprekend. De klassieke Grieken waren zelfs uitermate negatief over werk: zij zagen het als een vloek. Pan dora, de eerste vrouw in de klassieke mythen, had een doos geopend waar- in allerlei rampen, plagen, zorgen en ook werk waren opgeborgen. Als straf voor het openen van de doos was de mens voortaan voorbestemd zwaar en uitputtend werk te verrichten. In tegenstelling tot wat wij tegenwoordig vinden, was voor de Grieken werk dus helemaal niet bedoeld om men- sen gelukkig te maken. Het was eerder een strafmiddel. In talloze mythen en verhalen werd dat zeer aanschouwelijk gemaakt. Neem bijvoorbeeld Sisyphus, die veroordeeld was om een zware steen tegen een helling op te duwen. Iedere keer als hij bijna bij de top was, viel de steen weer naar beneden en kon Sisyphus opnieuw beginnen. Hoezo een bullshitbaan? En wat te zeggen van de Danaïden, de dochters van koning Danaos, die waren veroordeeld tot het volscheppen van een bodemloos vat? Ook niet bepaald een zinvolle activiteit. Niet alleen de vertellers van mythen, ook de Griekse filosofen keken neer op alledaagse werkzaamheden. Van Plato en Aristoteles is bekend dat zij arbeid vooral zagen als iets voor slaven en de allerlaagste klassen. Wie het een beetje hoger had geschopt, zou zich verre van werk houden. Die hield zich liever bezig met geestelijke en filosofische activiteiten.

GODDELIJKE OPDRACHT

Hoewel er minder neerbuigend over werd gedaan, was het aanzien van het werk ook in de joodse en christelijke traditie niet bepaald hoog. Ooit, zo staat in de Bijbel te lezen, was werk een heilige opdracht. Adam kreeg van God persoonlijk de opdracht om de aardse tuin, de Hof van Eden, te onderhouden. Maar net als Pandora ging zijn nieuwsgierigheid met hem op de loop. Als straf voor het eten van de boom van kennis moesten hij en zijn nakomelingen voortaan zwoegen om in leven te blijven. Dat was overigens nog steeds een goddelijke opdracht, waaraan je je niet een-twee-drie kon onttrekken. Daarin verschilden de christenen van de Grieken. Ook het feit dat God zijn zoon Jezus als opgeleid timmerman de wereld in stuurde, getuigt van het belang dat aan werk werd gehecht. Tegelijkertijd kent de christelijke traditie een duidelijke begrenzing van de hoeveelheid werk. Net zoals God de aarde in zes dagen maakte om daarna tijdens de zevende dag uit te rusten, werden grenzen gesteld aan de hoeveelheid arbeid die mensen verrichtten. Op zondag werd niet gewerkt, maar gebeden. En tijdens de vele feestdagen werd na de kerkmis vooral genoten van het leven.

WERKEN IN HET ZWEET DES AANSCHIJNS

Die begrenzing op werk zou pas verdwijnen door toedoen van het zes- tiende-eeuwse calvinisme. De protestanten benadrukten niet de kwalijke, maar juist de verheffende kant van werk. Werken in het zweet des aanschijns werd gezien als een goddelijke opgave. Waarden als zelfdiscipline, volharding en stiptheid zouden een weldaad zijn voor de persoonlijke karaktervorming. Niet het werk, maar het niet-werken stond voortaan in een kwaad daglicht. Arbeidsloosheid was geen kunst, zoals de klassieke Grieken betoogden, maar een zonde. Ledigheid gold voortaan als des duivels oorkussen. Sterker nog, harde arbeid en het daaruit voortvloeiende succes werd door de protestanten gezien als teken van goddelijke uitverkorenheid.

Onbedoeld en ongewild droeg het ‘protestantse arbeidsethos’ daarmee bij aan de opkomst van het kapitalisme, waarin alles draait om groei, winst en arbeid. Aanvankelijk werd werk daarbij vooral gezien als noodzakelijk middel om te voorzien in je levensonderhoud. Het was de kunst om arbeiders – want daarover sprak men toen – zo min mogelijk te betalen.

Al gauw hadden slimme fabriekseigenaren door dat je arbeiders beter wat meer geld kon geven. Daarmee konden ze namelijk ook hun producten betalen. In de loop van vorige eeuw kreeg werk een steeds prominentere plaats in ons leven. Van een noodzakelijk middel werd het een begeerd goed. Werk was niet langer een must maar een lust. Werk werd een steeds belangrijker symbool voor het verlangen naar een geslaagd, gelukkig en zinvol leven.

WORK SUCKS

De evolutie van het denken over werk leest als een feelgoodstory: werk ontwikkelde zich van een vloek tot een verlangen. Althans, zo denken we erover. Want de realiteit is anders. ‘Werk zuigt je leeg, daarom noemen ze het werk’, hoorden we ooit iemand zeggen. De werkbeleving is verre van optimaal. Werk geldt als een bron van energieverlies en negatieve gevoelens, zo blijkt uit onderzoek na onderzoek. Aan het begin van deze inleiding zeiden we al dat slechts 12% van werknemers in Nederland desgevraagd zegt met positieve energie aan het werk te gaan. De overgrote meerderheid voelt zich ofwel onder grote druk staan en is verkrampt bezig (40%) of doet het op zijn gemak en hoopt dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen (37%). Tel daar nog eens 11% van de werknemers bij op die volledig zijn afgehaakt en het beeld is compleet. Bijna negen op de tien werknemers lijdt aan een of andere vorm van energieverlies. Vier op de tien omdat ze zich voortdurend over de kop rennen. Bijna net zoveel omdat ze het juist rustig aan doen en denken dat alles vanzelf wel goed zal komen. En meer dan een op de tien loopt leeg omdat ze geen enkele verbondenheid met het werk voelen. Hoewel de percentages in de loop der jaren wat variëren, is het algemene beeld steeds gelijk: een aanzienlijk deel van de menselijke energie lekt weg. Een aantal jaren geleden stelden wij daarom al dat ons land op halve kracht werkt. Het werkvuur staat op een laag pitje.

 

SLAAPWANDELAARS OP DE WERKVLOER

Is dat een uniek Nederlands probleem? Welnee, vergelijkbare ontwikkelingen zijn ook zichtbaar in andere Europese landen. Om de zoveel jaar verricht het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup een wereldwijde studie naar bevlogenheid van werknemers. Uit de meest recente studie blijkt dat het percentage bevlogen medewerkers in Europa tussen de 10 en 15 ligt. Zoomen we in, dan ligt dat percentage in Frankrijk en Spanje zelfs rond de 8. De overgrote meerderheid geeft aan het werk overwegend passief te ondergaan. En dan is er ook nog een flinke groep die in de woorden van de onderzoekers zijn ‘uitgecheckt’: zij bewegen zich als slaapwandelaars over de werkvloer en doen in het gunstigste geval alleen het strik noodzakelijke. Zij kenmerken zich door een negatieve houding ten opzichte van werk en de organisatie. In Frankrijk behoort een kwart van de werknemers hiertoe. Nederland springt er met 11% gelukkig positiever uit. Omgerekend gaat het echter om ruim 1 miljoen mensen. Het feit dat het aantal afhakers in ons land er ‘positief uitspringt’, valt bij nader inzien dus erg tegen.

 

Lees verder in het boek Werkvuur

Lees wat andere zeggen over het boek Werkvuur

Recensies van onder meer auteurs als Rudy Kor, Klaas-Jan Reincke en trainer/coaches als Marthe van der Molen en Fabienne Smedinga.

 

Meer lezen over hoe de grote geschiedenis van werk doorwerkt in het heden?

‘Modern werken is een leugen’