LYNDA GRATTON: WERK IS AAN EEN UPGRADE TOE

 In Interview, Werkvuur

SERIE: ONDER PROFESSOREN

Ze is optimistisch gestemd over de toekomst van het werk maar er moet wel iets gebeuren. De manier waarop we over werk denken en hoe we als samenleving naar de toekomst kijken is echt toe aan een opfrisbeurt. Er zijn wel degelijk beren op de weg maar ze gelooft niet in succesformules. Zie hier de frisse blik van professor Lynda Gratton (London Business School), bekend van boeken als De werkrevolutie, Hot spots en The 100 Year Life.

Een paar jaar geleden spraken wij haar in Londen over haar toen net verschenen boek ‘De werkrevolutie’. Dat boek begon met een lekkere binnenkomer: ‘Het is zes uur op een koude ochtend in London in januari 2025. Jill wordt wakker van het geluid van de wekker. Zodra ze helder kan kijken, wordt haar aandacht getrokken door de driehonderd berichten die op haar wandscherm opflitsen. In de nacht hebben collega’s, vrienden, huidige en toekomstige opdrachtgevers over de hele wereld hun ideeën met haar gedeeld…’.

Science fiction? Welnee, volgens Lynda Gratton was dat toen al keiharde realiteit. We vroegen haar onlangs hoe ze tegenwoordig tegenover de werkrevolutie staat. Zijn er nieuwe ontwikkelingen zichtbaar of verloopt alles zoals voorspeld?

OH NEE, TOCH NIET

Een ding is in ieder geval niet uitgekomen, zo blijkt al gauw. Het bovengenoemde boek was een gevolg van de mededeling van haar puberzoon dat hij graag journalist wilde worden. Moeder Lynda Gratton schrok daar wel een beetje van. Dat beroep stond zwaar onder druk. Als gevolg van de moordende concurrentie van blogs en social media waren de toekomstverwachtingen van het vak bepaald niet positief. Zoals een moderne moeder betaamt, liet ze de keuze uiteraard aan haar zoon. Die blijkt inmiddels van mening te zijn veranderd. Hij volgt momenteel een opleiding tot arts en wil chirurg worden. Het kan verkeren in het leven.

 

UITHOLLING VAN HET MIDDEN

Maar hoe zit het met de ontwikkelingen in de buitenwereld? Verlopen die wel zoals verwacht? Gratton meent van wel, maar maakt daarbij wel de kanttekening dat we een steeds scherper beeld krijgen van wat er aan de hand is. ‘Neem bijvoorbeeld technologie’, zegt zij. ’Toen ik mijn boek schreef voelde je aan alles dat de technologische revolutie een enorme impact zou hebben. Hoe dat allemaal zou uitpakken, was echter nog ongewis. Er werd weliswaar met grote stelligheid van alles geroepen, maar dat waren meestal maar slagen in de lucht. De bewijsvoering was doorgaans nogal smal’. Gratton heeft zich mateloos geërgerd aan al die onheilspellende verhalen over ‘banen wegkapende robots’. ‘Dat haalde de aandacht weg bij ontwikkelingen die wél aantoonbaar en wél van belang waren’, zegt ze. Ze doelt dan op de uitholling van het middensegment op de arbeidsmarkt. Zij illustreert dit aan de hand van de volgende figuur:

Links in de figuur staan banen vermeld die relatief hoge vaardigheden vragen (management, professionals, technici), in het midden de banen die gemiddelde vaardigheden vereisen (sales, administratieve en operationele bezigheden) en rechts banen om die lage vaardigheden vragen (veiligheid, schoonmaak, verzorging). Het is vooral de middelste categorie van banen die de klos is en door intelligente machines wordt overgenomen.

“Het midden wordt uitgehold”

Mensen aan de linker- en de rechterkant hoeven zich vooralsnog weinig zorgen te maken. Dat wil zeggen als het gaat om het krijgen en hebben van een baan. Want als je aan de rechterkant zit, moet je rekening houden met alsmaar verslechterende werkomstandigheden. De winnaars op de arbeidsmarkt zitten aan de linkerkant: zij richten zich op activiteiten die vooralsnog niet door robots of software kunnen worden overgenomen.

VOORTDUREND VERBONDEN

Niet alleen zet de uitholling van het midden van de arbeidsmarkt zich de komende jaren door, ook wordt werk steeds meer hybride. De vaste scheiding tussen werk en privé is definitief passé. ‘Mensen zijn altijd en overal aan het werk: op kantoor, thuis en in de trein. Daar beantwoord ik mijn e-mails en bereid ik mijn presentaties voor. En ’s avonds na het eten klap ik de laptop open en ga ik aan het werk’. Gratton ziet dit als een algemeen patroon: ‘Werk wordt steeds fragmentarischer’, zegt ze. ‘Het wordt opgesplitst in afzonderlijke klussen die je naast elkaar, maar soms ook na elkaar uitvoert.

“Werk wordt steeds fragmentarischer”

Dit stimuleert het besef van autonomie, maar leidt tegelijkertijd ook tot een gevoel dat men geleefd wordt. De druk is groot om bij elke klus weer opnieuw te presteren. Bovendien moet je veel tijd en energie in je eigen ontwikkeling steken. De wereld staat immers niet stil’.

Tegelijkertijd worden de gevolgen van mondiale (internet)verbindingen ook steeds duidelijker. Gratton illustreert dit aan de hand van een reis die haar enige tijd geleden naar een van de in Kenia levende Masai-stammen voerde.  ‘Gefascineerd door de natuurlijke levensstijl van de stam en overweldigde door de schoonheid van de natuur hoorde ik op een gegeven moment de bekende ringtone van een mobieltje. Een van de Masai-gidsen haalde zijn apparaat vanachter zijn oor tevoorschijn en begon een geanimeerd gesprek. Zelfs op de meest afgelegen plekken is iedereen connected en gaat het werk gewoon door’.

REALISTISCH OPTIMISTISCH

Natuurlijk ziet ook Gratton de schaduwzijden van ons moderne bestaan. Maar kom bij haar niet aan met cultuurpessimistische beschouwingen. De dreigende onderwerping van de mens aan algoritmes en robots verwijst zij naar het rijk der fabelen. ‘Natuurlijk worden er banen door robots overgenomen’, zegt zij. ‘Maar daar moet je niet rouwig om zijn. Werk was in het verleden vaak eerder een must dan een lust’.

Is zij dan een rasoptimist, die ervan uitgaat dat een wenkend werkperspectief vanzelf tot stand komt? Gratton ontkent dit met stelligheid. ‘Ik eerder een realistische optimist: ik zie het positieve potentieel, maar ook het mogelijke gevaar van ontwikkelingen om ons heen. Uiteindelijk is het niet de technologie, maar zijn wij het die met elkaar bepalen hoe de toekomst eruit zal zien’. Welke maatregelen acht zij in dit verband cruciaal? Gratton noemt drie interventies.

In de eerste plaats acht zij het van belang dat mensen veel meer dan tot nu toe is gebeurd, worden meegenomen in een positief verhaal over de toekomst. ‘Het is tot nu toe teveel een verhaal van technologische en politieke elites geweest’, zegt ze. ‘Veel mensen zien momenteel alleen maar banen verdwijnen. Ze snappen niet wat er aan de hand is. Dat voedt gevoelens van angst en woede’. Zulke gevoelens neem je in haar ogen alleen maar weg door eerlijk te zeggen waar het op staat: welke banen op de tocht staan, maar ook welke nieuwe mogelijkheden er in het verschiet liggen. ‘Het is nu teveel een negatief verhaal geworden, stelt zij. “Maar robots leiden ook tot de komst van nieuwe banen. Bovendien zullen we ze als gevolg van eer krimpende arbeidsbevolking straks hard nodig hebben’.

Naast het meenemen van mensen is volgens haar nog een tweede interventie van cruciaal belang. Het is een gouwe ouwe: het scholen en herscholen van werknemers. “We zullen veel meer werk moeten maken van reskilling en upskilling.”

NIEUWE VISIE OP WERK

‘Het allerbelangrijkste’, zo leidt zij op de valreep haar derde interventie in, ‘is dat we onze visie op werk moeten herzien. Werk was in het verleden vooral een kwestie van geld verdienen. Dan kon je spullen kopen, die je gelukkig maakten’.

“Werk is meer dan een middel, het is een bron van geluk”

Die logica is aan vervanging toe: we moeten geld en producten uit de vergelijking halen. Werk is meer dan een middel, het is een bron van geluk’. Althans, het zou dit moeten zijn. Daarom keert zij zich fel tegen technologische goeroes die het einde van het werktijdperk voorspellen. ‘Wie dit denkt geeft een vrijbrief aan ondernemers om werk en werknemers achteloos terzijde te schuiven. Er moet juist in werk en mensen worden geïnvesteerd. Werk is aan een upgrade toe’.

DE ESSENTIE VAN DIT VERHAAL:

-De manier waarop we over werk denken is volgens professor Lynda Gratton aan een upgrade toe. “Het is niet alleen een manier om geld te verdienen maar kan ook een bron van geluk zijn”.

-Het is belangrijk dat veel meer mensen kunnen ontdekken wat het positieve verhaal van de toekomst is en nadenken over hun kansen. Gratton vindt dat het debat over de toekomst teveel gedomineerd wordt door angstbeelden zoals robots die ons werk overnemen.

-Werknemers zullen vaker dan voorheen naast scholing ook te maken krijgen met herscholing (reskilling en upskilling) zodat ze zich kunnen aanpassen aan een continu veranderende wereld.

-Met name de banen in het midden zullen onder druk komen. Gratton spreekt over uitholling van het midden.

– Gratton noemt zichzelf een realistisch optimist: ze ziet het positieve potentieel, maar ook het mogelijke gevaar van ontwikkelingen.

 

VERDER LEZEN?

Hieronder zie je enkele titels van Gratton. Ook wijzen we je graag op een blog van Folkert Hersman (HR-adviseur van De Nederlandsche Bank), mede geïnspireerd door het werk van Gratton.

 

OVER DE AUTEURS

Hans van der Loo en Patrick Davidson zijn de oprichters van EnergyFinder en auteurs van diverse bestsellers. Hun werk is in zes talen gepubliceerd. Deze zomer verschijnt het boek Werkvuur waarin je kunt lezen hoe energieke mensen & teams positieve impact maken. In dat boek beschrijft het duo waarom onze manier van werken niet meer werkt, kijken ze vooruit naar de toekomst van het werk en geven ze je enkele handige tools om je soft skills keihard in te zetten.